Overdracht

Sommige kinderen zien wij 2 jaar lang. In 2 jaar tijd kun je een kind goed leren kennen. We zien waar een kind hulp bij nodig heeft, we zien wat een kind al (zelf) kan, we zien hoe een kind iets aanpakt en we zien waar het kind baat bij heeft. Onder andere om die redenen schrijven wij een overdracht naar de basisschool.

Er zijn 2 manieren waarop je kan kijken naar een overdracht. Je kan denken “Laat dit kind maar een nieuwe start maken, zonder eventuele ‘stempels’. De nieuwe juf moet mijn kind nog leren kennen”. Je kunt ook denken “De nieuwe leerkracht heeft gelezen wat wel en niet helpt bij mijn kind. Dat scheelt een hoop frustratie en tijd”.

Met de laatste gedachte in ons hoofd schrijven wij de overdracht. Kinderen die nieuw in een klas komen en het gevoel hebben dat juf ze al kent (omdat ze onze overdracht heeft gelezen) zullen zich sneller thuis voelen en dat is prettig. Want kinderen die zich veilig voelen ontwikkelen zich.

De overdracht wordt altijd getekend voor gezien door ouders. Soms is er een gesprek met de nieuwe leerkracht nodig. Dit kan en mag met ouders erbij, maar dit hoeft niet. Ouders zijn wel altijd op de hoogte als dit gebeurt.

Wij vinden het belangrijk dat kinderen zich blijven ontwikkelen ook al zitten ze nu bij iemand anders in de klas. En dat kan alleen als de nieuwe leerkracht weet waar hij of zij moet beginnen bij een kind.